Op je bek gaan à la CMD 


29 april 2019 - Door: Dennis van Brouwershaven



Leestijd: 2 minuten.

In april 2019 werd het X=Festival voor de zesde keer georganiseerd in het twee voetbalvelden grote Louis Hartlooper Complex. Het thema van de zesde editie was falen; er werd je zelfs wijsgemaakt dat het goed is om te falen en dat je het maar moet durven. Sprekers kwamen spreken over burn-outs, experimenten en hoe vaak ze wel niet tijdens hun carrières onderuit zijn gegaan. Naar aanleiding van het falen om een interview te regelen trekt Dennis van Brouwershaven de jas van een columnist aan.

Voor het magazine dat je momenteel leest had ondergetekende twee taken te vervullen op het festival: één daarvan was om foto’s te maken van de lichaamstaal van de prestigieuze sprekers in samenwerking met mederedacteur Annefleur. De auteur dacht naïef dat de camera van zijn telefoon kwalitatief sterk genoeg was om van veraf in te zoomen. De foto’s die er uiteindelijk uit zijn gekomen leken echter op foto’s uit de goedkoopste wegwerpcamera gekocht bij de Hema in 1990. Annefleur was uiteindelijk de redder in nood toen ze haar DSLR toevertrouwde aan haar mederedacteur tijdens het laatste panel waar werd betoogd dat je fouten moed maken. Na een rampzalige dag als fotojournalist stapte deze columnist trots op Remko af en begon hij gelijk aan de voorste rij te schieten. De tweede taak was contact opnemen met Remko van der Drift, de laatste spreker van de dag. Hij stamde af van het Instituut voor Faalkunde. Het succes van dit verhaal lag in het vastleggen van contact: we voerden een klein gesprekje en wisselden nummers uit. Het falen was… alles daarna. Het telefonisch contact kwam de twee partijen steeds niet uit en het tekstuele contact kwam tot stand maar nogmaals werkte de timing steeds niet mee. Dan maar geen interview; ik schrijf wel lekker een column.

Ik kan helaas niet meedelen dat dit mijn enige falen is sinds september. Bij meerdere projecten hebben ik en mijn team in de laatste week nog een gloednieuw idee moeten bedenken na een proefschouw vergelijkbaar met het neerstorten van de Hindenburgzeppelin. Als we verder teruggaan in de tijd dan komen er talloze voorbeelden van falen naar voren. Niet alleen persoonlijke anekdotes, maar ook de grote techbedrijven bijvoorbeeld. In de jaren negentig deed Nintendo een poging tot een Virtual Reality-console met de Virtual Boy. De headset was alleen te gebruiken door het systeem vast te houden of door hem op een statief neer te zetten. Het scherm was een aanval op de ogen tijdens gameplay: de twee kleuren die te zien waren, waren rood en zwart. De meeste games hadden dan ook een wireframestijlwaardoor het des te meer leek alsof een prototype van Nintendo per ongeluk in de schappen terecht was gekomen.

Een recenter voorbeeld van falen bij een aanzienlijk groter bedrijf is Apple Maps. Het frisse bedrijf bracht hun eigen versie van Google Maps in 2012 uit en deze plattegrond vertelde Berlijners dat ze eigenlijk in Schoeneiche woonden en verwarde Siri het water onder verschillende bruggen met wegen waar nota bene al op werd gereden.

Ook de bankensector ervaart zo nu en dan een krach. In 2015 bracht Rabobank een nieuwe app uit om mobiel bankieren makkelijker te maken, maar de app was dankzij allerlei fancy animaties en een directe lijn met een geldwolf, ehm… medewerker, heel traag geworden. Weg waren de lange en overzichtelijke lijsten van je rekening en nieuw was de nadruk op jou als klant en de bijbehorende versoepeling van de interface door het gebruik van icoontjes. De beoordeling van de app in de App Store daalde in no time naar slechts één van de vijf sterren.

Kortom, iedereen maakt fouten en het is belangrijk dat je van deze leert. Dat sentiment is wat mij betreft veel te sappig, maar dat is dan een fout in woordkeuze van mij.